Header graphic Modelrockets.NL - Launch Group Logo Header graphic Modelrockets.NL - Launch Group

Momentum

M = F x S



Waarom moet, met deze methode van bepaling van stabiliteit, de afstand tussen drukpunt en zwaartepunt 1 tot 1 1/2 maal de rompbuisdiameter zijn?

Met een kracht kunnen we niet alleen een voorwerp voortbewegen, maar kunnen we een voorwerp ook laten draaien om zijn as. Niet alleen de grote van de kracht speelt daarbij een rol, maar ook zijn afstand tot het draaipunt.
Stel je een deur voor. Met zijn scharnieren zal deze draaien in het scharnierpunt. Probeer de deur nu eens dicht te duwen, met één vinger, geplaatst vlak naast een scharnier (kracht A). Dit kost je véél kracht. Véél meer kracht dan wanneer je hetzelfde probeert met je vinger in het midden van de deur (kracht B). De deurkruk zit aan het andere einde van de deur. Zou je daar met je vinger duwen dan gaat de deur nog gemakkelijker dicht (kracht C). Vandaar ook dat de deurkruk aan het uiteinde van de deur zit: Zo ver mogelijk van het scharnierpunt af.

We noemen dit het MOMENTUM (M).
In formule vorm ziet dit er zo uit: M = F * S
(Momentum = Newton * Meter)

F is de kracht die door de modelraket wordt ondervonden van de wind in het drukpunt. We stellen hier even dat deze constant is, zeg maar 100 Newton. Bij een modelraket is S de afstand van het drukpunt tot aan het zwaartepunt.

Zou deze afstand heel groot zijn, zeg maar even 0,4 meter, dan wordt M:
100 * 0,4 = 40 Nm (Newtonmeter).
Als S 0,05 meter is, dan is M:
100 * 0,05 = 5 Nm.
In het ene geval is de M, 8 maal zo groot als in het andere.
Hoe groter de M, des te sneller de richtingverandering.

Allemaal heel leuk denk je misschien. "Maar wat moet ik hiermee?"
Als het momentum tè groot is, dan reageert je modelraket te fel op de stabilisatie. Je model gaat als het ware over corrigeren. In plaats van dat hij mooi verticaal gaat wijzen, slaat hij door naar de andere kant. Uiteraard ondervindt je model dan weer windkrachten en probeert weer te corrigeren. Dit gebeurt weer tè fel en het model slaat weer door naar de andere kant. Dit heen en weer pingelen geeft een erg onrustige vlucht. Het model reageert als een nerveus windvaantje. Het gevolg is dat door alle ondervonden tegenwerkende krachten het model minder hoog komt en geen mooie vlucht heeft. Zie tekening A.

Een afstand tussen drukpunt en zwaartepunt van 1 tot 1 1/2 maal de rompbuisdiameter blijkt een goede maat te zijn voor een mooi stabiel model.
(Dit geldt alleen bij deze methode, met het bepalen van oppervlakten!)
Stabiel genoeg om goed te corrigeren en mooi recht omhoog te gaan. Maar ook weer niet tè stabiel, zodat het model niet meteen als ie van de lanceernaald afkomt tegen de wind induikt. Zie tekening B.